Categories
2019 België Duitsland Frankrijk Luxemburg Nederland

De Ardennen

Ter compensatie van de vroegtijdig afgebroken Kirgizië-trip fiets ik in augustus door de Ardennen. De tocht gaat van Maastricht naar de Franse grens, van Sedan naar Luxemburg-Stad, en via de Hoge Venen terug naar Nederland. Het landschap is afwisselend, het wegdek voornamelijk asfalt en de temperatuur erg hoog. In zes dagen leg ik ruim 600 kilometer af en stijg daarbij 7.200 meter.

Helaas zijn de meeste foto’s kwijtgeraakt.

Dag 1: Maastricht > Barveaux (91 km)

Al vroeg kom ik met de trein in Maastricht aan. Ik fiets via de Sint-Servaasbrug, het Onze Lieve Vrouweplein en de Sint Pieterstraat richting de Sint Pietersberg. Na het uitzichtpunt bij de ENCI-mergelgroeve ga ik verder zuidwaarts langs de Maas en het Albertkanaal. Daarbij fiets ik een tijdje op met twee sympathieke psychologiestudenten. De route door Luik gaat soepel: deze staat overal goed aangegeven, en de stukjes fietspad onderlangs de kade zijn leuk.

Na Luik volg ik een tijd de Ourthe. Soms is de fietsroute ingeklemd tussen rivier en spoor. Meestal is het wegdek prima; slechts eenmaal moet ik over een stenig pad klunen. Omdat alleen maar langs de rivier fietsen saai en niet echt uitdagend is, fiets ik ook enkele onnodige klimmetjes. Uiteindelijk bereik ik een met Hollanders gevulde gezinscamping aan de Ourthe. Voor het eerst sinds mijn eerste fietsvakantie (in 2000) heb ik een stoeltje meegenomen.

Dag 2: Barveaux > Poupehan (107 km)

Ik snij vanaf Barvaux een stuk van de Ourthe af en kruis bij Hotton weer over de inmiddels smalle rivier. Na enkele stukjes jeep track en wandelpad volgen saaiere wegen, door flink bebost landschap en nauwelijks nog door rivierdalen. Dit is een van de hoger gelegen gedeelten van de Ardennen, met klimmetjes tot ca. 400 meter. Het is hier tevens ‘zomerkamp-land’: overal zie ik groepen pubers lopen en zelfs fietsen – en dat in deze hitte!

Bij Rochehaut bereik ik de Semois (fraai uitzicht!) en volgt een aardige afdaling naar Poupehan. Ik beland op een te dure familiecamping: ik betaal maar liefst 24 euro voor een flutplek bij het toiletgebouw. Daar verdedig ik mijn armzalige stekkie met allerlei attributen tegen het aso-campingvolk dat tergend dicht langs de tentharingen loopt. Maar het kan erger: op de buurcamping blèren tokkies tot diep in de avond mee met Hollandse muziek.

Dag 3: Poupehan > Arlon (102 km)

Vanaf de Semois klim ik gelijk van 200 naar zo’n 450 meter. In Corbion ontbijt ik op de stoep van de supermarkt. Vlak na dit dorp passeer ik de grens met Frankrijk, sla van de grote weg af, en rijd over prima gravelwegen door het bos zuidwaarts. Via gehuchten met namen als Olly en Illy daal ik verder af naar Sedan in het Maasdal. Het landschap is aan deze kant van de grens veel mooier en meer open dan aan de Belgische zijde. Ook is de wegkwaliteit navenant beter.

In Sedan bevindt zich één van de grootste vestingen van Europa: het Château de Sedan. In de recente militaire geschiedenis (1870, 1914, 1940) speelde de stad een strategische rol. Ik rij een paar blokjes door de statige straten van het centrum en fiets vervolgens de stad uit via een prima aangelegde fietsroute langs de Maas en vervolgens de Chiers – een uitstekende voorbereiding van het e-biken langs de Donau, later als ik oud ben.

Bij Tétaigne steek ik de rivier over en klim ik geleidelijk over kleine wegen en door kleine dorpjes. Na Matton-et-Clémency volgt een fraai stukje over een smalle weg en daarna een jeep track door een bos naar de Belgische grens. In Chassepierre rijd ik een tijdje parallel aan de N83 oostwaarts. Mijn geplande route is soms geblokkeerd doordat hele stukken bos zijn afgesloten vanwege het jachtseizoen. Daardoor rijd ik onnodig over saaiere wegen om.

Bij Étalle neem ik in plaats van de N83 een kaarsrechte romeinse weg, die op een gegeven moment best wel hobbelig en stoffig wordt. Vlak voor Arlon kruis ik de Semois: vanmorgen vroeg bij de camping was dit nog een brede rivier, maar in de bovenloop resteert slechts een nietig stroompje. In Arlon-Noord beland ik op een passantencamping aan de N4, met een prima restaurantje en een vriendelijke receptie.

Dag 4: Arlon > Vianden (100 km)

Via de achterzijde van de camping fiets ik over een nauwelijks zichtbaar paadje naar Bonnert, en vanaf daar via smalle asfaltwegen en een bospad door de lieflijke Vallée des Trois Moulins richting de grens. Vanaf Eischen neem ik de ‘piste cyclable de l’Attert’ zuidoostwaarts. In Luxemburg heeft men diverse oude spoorlijnen omgetoverd in fietsroutes met prima wegdek, waardoor je eenvoudig grotere afstanden kunt overbruggen.

Na Steinfort opent het landschap zich en rij ik via dorpjes als Garnich en Holzem over fietsvriendelijke wegen naar Luxemburg-Stad. Daar ga ik door de autoloze Vallée de la Pétrusse, een kloof die tussen de oude vesting (het ‘Gibraltar van het Noorden’) en de wijken aan de zuidzijde ligt. Ik fiets onder de Pont Adolphe door (in 1908 de grootste stenen boogbrug ter wereld), klim naar de Rocher du Bock, en daal weer af naar de Alzette.

Vanaf Dommeldange klim ik gestaag naar 400 meter hoogte over een fietsroute die grotendeels over het tracé van de oude spoorlijn naar Echternach loopt. Bij Hemstal sla ik af naar Hersberg. Hier daal ik door het bos langs de Härdbaach af over een goed te fietsen wandelpad. In dit lieflijke dal bevindt zich de Kuelscheier: een donkere, smalle rotstunnel van ongeveer 100 meter lang waar je doorheen kunt wandelen.

Na een stukje over de gewone asfaltweg ga ik in het dal van de Hallerbaach weer off-piste. Ditmaal is het pad zo lastig dat ik af en toe moet afstappen. Maar dat geeft niet, want het is hier prachtig! In het toeristische Beaufort bereik ik de grote weg weer en kom ik na een korte afdaling 200 meter lager uit in Reisdorf aan de Sûre. In Wallendorf sla ik linksaf en fiets ik het laatste stuk langs de Duitse zijde van de Our over een mooi weggetje naar de camping in Vianden.

Dag 5: Vianden > Troisvierges (83 km)

Vanaf de camping klim ik over een mooie piste cycable naar Fouhren, en vanaf daar verder naar Brandenbourg. Hier bevindt zich de prachtig gelegen ruïne van het gelijknamige kasteel. Ik scoor een appelflap en koffie in Diekirch. Een stukje verderop kom ik vlak voor Ettelbruck bij het Patton Monument: een beeld van generaal George S. Patton Jr. Hij bedenkt hier met een verrekijker in zijn handen vast weer een geniale tactiek om de Duitsers (“those lousy Hun bastards”) op te jagen.

Vanaf Warken fiets ik weer noordwaarts door een mooie, stille vallei. In Welscheid klim ik in enkele haarspeldbochten naar een plateau, gevolgd door een grandioze afdaling over een autoluwe weg naar de vallei van de Sûre. Hierna volgt een ietwat vervelende klim naar een volgend plateau, met daarna een afdaling naar de vallei van de Clerve. De piste cycable langs de meanderende rivier tot aan Wilwerwiltz is echt prachtig!

In Clervaux bevindt zich de Benedictijnenabdij van St-Maurice en St-Maur, in 1910 gebouwd naar het model van de bekende abdij van Cluny. Nep dus. Het is inmiddels 16.00 uur, maar nog steeds heet. Na het nuttigen van een uitgestelde beloning – een enorme sinaasappel, twee perziken en een blikje Fanta – ben ik weer wat afgekoeld. Wat resteert is een stukje peddelen langs de rivier, die inmiddels de Woltz heet, voordat ik op de camping in Troisvierges arriveer.

Dag 6: Troisvierges > Heerlen (124 km)

Het is vandaag alweer de laatste dag van deze korte fietsvakantie. Vanwege de lange afstand en de verwachte hitte sta ik voor dag en dauw op. Hierdoor kan ik het eerste deel van de Vennbahnradweg in alle rust fietsen. Deze fietsroute is mooi aangelegd, en biedt de mogelijkheid om in slechts één dag helemaal vanuit Luxemburg naar Nederland te fietsen. In Sankt Vith, waar tijdens het Ardennenoffensief in WW2 flink is gevochten, scoor ik Torte und Kaffee als ontbijt.

Bij Waimes snij ik een stuk van de Vennbahnweg af, die hier wel erg ruime slingers maakt. Verderop snij ik nogmaals af, ditmaal door de Hoge Venen. Dit gebied is met meer dan 600 meter weliswaar het hoogste punt van de reis, maar bepaald niet het hoogtepunt. De weg voert namelijk vooral door en langs saaie stukken bos. Ik ben dan ook blij als de route vanaf de Wesertalsperre weer wat afwisselender wordt.

In de schaduw van de stokoude Aachener Dom bestel ik koffie en een broodje. Daarna rij ik via een leuke route Aken uit. Ik fiets hierbij een tijdje op met Fabian, die me uitnodigt om bij hem in Kohlscheid even wat Apfelsaft te komen drinken. Guter Vorschlag! Hij blijkt professioneel fotograaf en heeft veel gereisd, onder andere in Pakistan (voor werk) en Mongolië (fietsen). Het is gezellig en ik kan nog wel uren blijven, maar ik moet toch echt weer verder!

Het laatste stukje van de route voert afwisselend over smalle weggetjes langs Wasserburg Haus Heyden en de Amstelbach naar Kerkrade, en via de Wilhelminaberg naar het centrum van Heerlen. Met een recordtemperatuur van meer dan 40°C is dit de heetste plek van heel Nederland. In Heerlen is men het station aan het verbouwen en werken de liften niet. Als een sardientje in een blik ga ik met de fiets aan de hand in een drukke, hete trein terug naar Den Bosch.

Statistieken

– Dag 1: Maastricht > Barveaux (91 km; 837 hoogtemeters)
– Dag 2: Barveaux > Poupehan (107 km; 1.604 hm)
– Dag 3: Poupehan > Arlon (102 km; 1.131 hm)
– Dag 4: Arlon > Vianden (100 km; 1.159 hm)
– Dag 5: Vianden > Troisvierges (83 km; 1.298 hm)
– Dag 6: Troisvierges > Heerlen (124 km; 1.159 hm)

Route

https://nl.wikiloc.com/routes-fietstochten/2019-ardennen-39088656